Met kinderen verandert je geld op twee manieren: er komen kosten bij, en je inkomen krijgt nieuwe onderdelen (kinderbijslag, toeslagen). Een goed gezinsbudget houdt rekening met allebei. In dit artikel zetten we de actuele feiten op een rij en vertalen we ze naar een werkbare aanpak.

Waarom een gezinsbudget nu extra de moeite waard is

Uit het Nibud-onderzoek Geldzaken in de praktijk 2026 (gepubliceerd op 23 juni 2026) blijkt dat het aandeel huishoudens dat moeilijk rondkomt is gestegen van 32 procent in 2024 naar 38 procent nu. Ook maakt een derde van de huishoudens zich vrijwel altijd zorgen over de eigen financiële situatie (in 2024 was dat 27 procent). Een kwart van de huishoudens heeft minder dan 1.000 euro buffer en een kwart gaf aan dit jaar rekeningen niet te kunnen betalen.

De huishoudens die moeilijk rondkomen noemen volgens berichtgeving over het onderzoek vooral kosten die minder voorspelbaar zijn: boodschappen, vervoer, de inrichting van het huis en kosten van kinderen. Juist daar helpt een budget: het maakt zichtbaar wat vaststaat en wat schommelt.

Dit zegt niets over jouw gezin in het bijzonder. Veel gezinnen komen prima rond. Het laat wel zien dat een kleine buffer en onverwachte uitgaven een veelvoorkomende combinatie zijn.

Wat kost een kind gemiddeld?

Het Nibud rekent met een percentage van het besteedbaar inkomen, op basis van berekeningen van het CBS. Dat is al je inkomen bij elkaar, inclusief kinderbijslag, kindgebonden budget en andere toeslagen. De gemiddelden zijn:

Aantal kinderen Tweeoudergezin Eenoudergezin
1 kind 15% 23%
2 kinderen 25% 31%
3 kinderen 29% 37%
4 kinderen 35% 42%

Bron: Nibud, Wat kost een kind? (nibud.nl).

Een rekenvoorbeeld (onze eigen berekening, ter illustratie): een tweeoudergezin met 3.500 euro besteedbaar inkomen per maand geeft gemiddeld ongeveer 525 euro uit aan één kind (15 procent) en ongeveer 875 euro aan twee kinderen (25 procent). Het tweede kind kost dus minder dan het eerste, omdat kinderen kleding, speelgoed en ruimte delen.

Drie kanttekeningen:

  • Het zijn gemiddelden. Gezinnen met een hoger inkomen geven in absolute bedragen meer uit aan kinderen, ook omdat ze andere keuzes maken. Gebruik het percentage als richtsnoer, niet als norm.
  • Kinderopvang en eenmalige kosten zitten er niet altijd bij. Kinderopvang en de uitzet voor een baby worden in veel overzichten apart behandeld. Reken die dus zelf mee als ze op jou van toepassing zijn.
  • Let op oude cijfers. Op sommige sites circuleren oudere percentages (17, 26, 33 en 40 procent). De huidige Nibud-richtlijn is die uit de tabel hierboven.

De inkomenskant: wat krijg je als ouder?

Kinderbijslag

De SVB betaalt kinderbijslag per kind per kwartaal, ongeacht je inkomen. Sinds 1 juli 2026 gelden deze bedragen:

  • kind van 0 tot en met 5 jaar: 298,40 euro per kwartaal (ongeveer 99 euro per maand)
  • kind van 6 tot en met 11 jaar: 362,35 euro per kwartaal (ongeveer 121 euro per maand)
  • kind van 12 tot en met 17 jaar: 426,29 euro per kwartaal (ongeveer 142 euro per maand)

De SVB betaalt achteraf, na afloop van het kwartaal. De hogere bedragen van juli komen daardoor voor het eerst op 1 oktober 2026 op je rekening. Houd er in je maandbudget rekening mee dat je kinderbijslag in grote brokken binnenkomt. Reken hem per maand om en zet hem in je budget als maandbedrag, zodat je niet in de maand van de uitbetaling meer uitgeeft dan je structureel hebt.

Kinderbijslag in 2027: wat nu bekend is

Het kabinet stelt voor de kinderbijslag per 1 januari 2027 extra te verhogen. Dat staat in de tweede nota van wijziging (17 september 2026) bij wetsvoorstel 36923, dat de Kamers nog moeten aannemen. Het basisbedrag (kinderen van 12 tot en met 17 jaar) wordt dan 448,10 euro per kwartaal, op het prijspeil van 1 juli 2026. Kinderen van 0 tot en met 5 jaar krijgen 70 procent daarvan, kinderen van 6 tot en met 11 jaar 85 procent. Daarna volgt per 1 januari 2027 nog de gewone indexatie, waarvoor de prijscijfers van oktober 2026 nodig zijn.

Leeftijd Sinds juli 2026 Voorstel 2027, vóór indexatie Raming begin 2027, ná indexatie
0 tot en met 5 jaar 298,40 313,67 321,89
6 tot en met 11 jaar 362,35 380,89 390,86
12 tot en met 17 jaar 426,29 448,10 459,84

Bedragen in euro per kind per kwartaal. De kolom vóór indexatie is door ons nagerekend uit het basisbedrag in het wetsvoorstel (70 en 85 procent van 448,10). De raming komt uit een tabel in dezelfde nota en is voorlopig, omdat ze uitgaat van verwachte inflatie.

Per jaar gaat het om een verhoging van 61,07 euro (0 tot en met 5 jaar), 74,15 euro (6 tot en met 11 jaar) en 87,24 euro (12 tot en met 17 jaar). Tegelijk verlaagt het kabinet de kindbedragen in het kindgebonden budget, dus voor gezinnen met kindgebonden budget is het netto-effect kleiner. De SVB betaalt in 2027 op 4 januari (nog over het vierde kwartaal van 2026), 1 april, 1 juli en 4 oktober.

Kindgebonden budget

Het kindgebonden budget is inkomensafhankelijk. Het wordt maandelijks uitbetaald door Dienst Toeslagen. Voor 2026 begint de afbouw boven een toetsingsinkomen van 29.736 euro (alleenstaande ouder) of 39.141 euro (met toeslagpartner). Per euro inkomen boven die grens gaat er 7,6 cent af. Ook je vermogen telt mee. Hoeveel je precies krijgt, hangt af van het aantal kinderen, hun leeftijd en je gezinssituatie. Gebruik daarom de proefberekening op belastingdienst.nl.

Het kindgebonden budget is een voorschot. Verandert je inkomen of je situatie, geef dat dan snel door, anders kun je achteraf moeten terugbetalen.

Wat verandert er in 2027? Volgens dezelfde nota van wijziging (een voorstel, nog niet aangenomen) wordt het kindbedrag 2.653 euro per kind per jaar (2026: 2.580). De verhoging voor kinderen van 12 tot en met 15 jaar wordt 729 euro (2026: 724), voor 16 en 17 jaar 976 euro (2026: 964), en de extra toeslag voor alleenstaande ouders 3.505 euro (2026: 3.416). De afbouw begint bij 30.910 euro (alleenstaand) of 40.560 euro (met partner) en wordt 8,05 procent. Boven een toetsingsinkomen van 61.917 euro wordt de afbouw steiler: 9,95 procent in 2027 en 12,8 procent in 2028. De vermogensgrens daalt naar 119.122 euro (alleenstaand) of 158.748 euro (met partner); die maatregel zit niet in het wetsvoorstel zelf. Het kabinet verwacht dat ongeveer 100.000 huishoudens hierdoor hun recht op kindgebonden budget verliezen.

Kinderopvangtoeslag

Voor werkende ouders met kinderopvang vergoedt de overheid een deel van de kosten. Volgens de Rijksoverheid krijgen werkende ouders met een gezamenlijk inkomen tot ongeveer 56.000 euro in 2026 het maximale vergoedingspercentage van 96 procent. Bij een hoger inkomen is het percentage lager. De vergoeding geldt voor maximaal 230 uur per kind per maand en alleen tot het maximale uurtarief dat de overheid vaststelt. Vraagt je opvang meer, dan betaal je het verschil volledig zelf.

Dat laatste is relevant: het maximale uurtarief is in 2026 niet geïndexeerd. Het Nibud waarschuwde in 2025 dat de netto opvangkosten daardoor voor vrijwel alle ouders met opvang stijgen, en volgens de toelichting van de regering betaalt de meerderheid van de ouders een uurtarief dat gelijk is aan of hoger is dan het maximum. Vraag je opvangorganisatie dus naar het werkelijke uurtarief en vergelijk dat met het maximum op rijksoverheid.nl, voordat je je netto opvangkosten in je budget zet.

Wat verandert er in 2027? Volgens het Besluit kinderopvangtoeslag 2027, dat nog formeel moet worden vastgesteld, krijgen werkende ouders met een gezamenlijk toetsingsinkomen tot 71.903 euro (2026: 56.412 euro) het maximale vergoedingspercentage van 96 procent voor het eerste kind. Voor inkomens van 71.904 tot en met 175.430 euro stijgt het percentage voor het eerste kind met 5,1 procentpunt. Dat is minder dan in het voorjaar werd verwacht, toen de grens voor 96 procent nog op ongeveer 87.800 euro lag. Dit is gebaseerd op samenvattingen van de Prinsjesdag-stukken; controleer het definitieve besluit op rijksoverheid.nl.

Een gezinsbudget in zes stappen

1. Zet je netto maandinkomen op een rij. Tel salaris, kinderbijslag (per maand omgerekend), kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag bij elkaar op. Neem alleen op wat je zeker weet.

2. Begin met de vaste lasten. Wonen, energie, verzekeringen, abonnementen en de netto kosten van kinderopvang. Kinderen tot 18 jaar zijn premievrij meeverzekerd bij de zorgverzekering van een ouder, maar je betaalt wel zelf de premie voor jezelf en je partner.

3. Schat de variabele kosten per leeftijdsfase. Bij baby’s zijn dat vooral luiers, voeding en opvang. Op de basisschool verschuift het naar buitenschoolse opvang, sport, schoolreisjes en verjaardagen. Bij tieners gaat het zwaarder om kleding, eten, telefoon en zakgeld. Gebruik de Nibud-percentages hierboven als controle: kom je met je eigen schatting ver onder of boven het gemiddelde uit, dan is dat een reden om je cijfers nog eens na te lopen.

4. Maak potjes voor onregelmatige kosten. Schoolspullen, het schoolreisje, kleding bij een groeispurt en cadeaus voor kinderfeestjes komen niet elke maand voor. Tel ze op over het jaar, deel door twaalf en zet dat bedrag maandelijks apart op een aparte spaarrekening. Zo wordt een grote uitgave geen financiële schok.

5. Bouw een buffer op. Het Nibud laat zien dat een kwart van de huishoudens minder dan 1.000 euro heeft. Begin klein en bouw rustig op. Een praktisch eerste doel is een bedrag dat een kapotte wasmachine of een onverwachte rekening opvangt, daarna bijvoorbeeld een maand aan vaste lasten. Dat laatste is onze suggestie, geen Nibud-norm.

6. Evalueer bij elke verandering. Een nieuwe baby, een kind dat naar school gaat, een verhuizing, meer of minder werken: reken je budget na. Check ook je toeslagen, want die hangen aan je inkomen en gezinssituatie.

Vooruitkijken: wat verandert er als je kind 18 wordt?

In het rapport De financiële knip op 18 jaar (2026) laat het Nibud zien dat de overgang naar 18 jaar voor veel huishoudens een duidelijke financiële knip is. Kinderbijslag en kindgebonden budget vervallen, terwijl er nieuwe onderdelen bijkomen, zoals een eigen zorgverzekering, zorgtoeslag en eventueel studiefinanciering. Doordat het kindgebonden budget de afgelopen jaren is verhoogd, is het bedrag dat wegvalt ook groter geworden. Het Nibud krijgt regelmatig signalen van ouders die hierover bezorgd zijn.

Dat is nog ver weg als je kinderen klein zijn, maar het is wel goed om te weten. Rekenen op een kindgebonden budget als vaste inkomstenbron voor de lange termijn is niet verstandig. Het bedrag verandert met je inkomen en eindigt uiterlijk als je kind 18 wordt.

Waar je op moet letten

  • Toeslagen zijn een voorschot. Geef wijzigingen direct door en zet, zeker bij wisselend inkomen, een deel van de toeslag opzij.
  • Kinderbijslag komt per kwartaal. Reken hem om naar maandbedragen.
  • Opvangkosten boven het maximale uurtarief krijg je niet vergoed. Reken met de werkelijke netto kosten.
  • Vergelijk jezelf niet te snel met anderen. De Nibud-percentages zijn gemiddelden. Keuzes over wonen, sport en vakanties verschillen sterk per gezin.

Hulp nodig?

Kom je er met een budget niet uit, of loopt een betalingsachterstand op? Wacht dan niet. Op nibud.nl vind je rekenhulpen en voorbeeldbudgetten. Je gemeente kan je bovendien wijzen op gratis hulp bij geldzorgen en schulden.

Bronnen en disclaimer

  • Nibud, Geldzaken in de praktijk 2026 (nieuwsbericht van 23 juni 2026)
  • Nibud, De financiële knip op 18 jaar (2026)
  • Nibud, Wat kost een kind? (nibud.nl, geraadpleegd in oktober 2026)
  • SVB, Kinderbijslag gaat per 1 juli 2026 omhoog (svb.nl)
  • Rijksoverheid, bedragen kinderopvangtoeslag 2026
  • Nibud, position paper Betaalbare kinderopvang voor iedereen (2025)
  • Tweede nota van wijziging bij wetsvoorstel 36923 (17 september 2026): parameters kinderbijslag en kindgebonden budget 2026 en 2027

Voor 2027 baseren we ons op wetsvoorstel 36923 en op het Besluit kinderopvangtoeslag 2027, zoals samengevat door Salaris Vanmorgen en Kinderopvang-Wijzer (september 2026). Dit zijn voorstellen die nog door de Kamers moeten. De definitieve bedragen publiceert de SVB.

Bedragen en regels veranderen vaak, meestal per 1 januari en 1 juli. Controleer daarom altijd de actuele cijfers bij de SVB, Dienst Toeslagen en het Nibud. Dit artikel is algemene voorlichting en geen persoonlijk financieel advies.

Afbeelding: Pexels

Gebaseerd op cijfers en onderzoeken die gelden in oktober 2026

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.